Hoe het deelteken heet
Het teken ÷ heet de obelus, naar een Grieks woord voor een braadspit. Lang voordat het deling betekende, gebruikten schriftgeleerden een vergelijkbaar teken om twijfelachtige passages in manuscripten te markeren. De Zwitserse wiskundige Johann Rahn gaf het in 1659 zijn wiskundige betekenis, in zijn boek Teutsche Algebra.
12 ÷ 4 = 3 leest als „12 gedeeld door 4 is 3”. Het teken wordt vooral gebruikt op de basisschool, op rekenmachinetoetsen en in eenvoudige rekenkunde. In delen van Scandinavië is het ook als minteken gebruikt, dus controleer de context in internationale documenten.
÷ en / en de deelstreep
Vanaf de algebra laten de meeste boeken ÷ weg en schrijven ze deling als een breuk of met een schuine streep: a/b. Toetsenborden, Excel en programmeertalen gebruiken ook de schuine streep /, zoals in =A1/B1. Unicode heeft ook een speciale deelstreep ∕ en een breukstreep ⁄, die lettertypen gebruiken om breuken als 3⁄4 te bouwen; zie breuksymbolen voor kant-en-klare ½ en ¾.
Twee andere tekens worden makkelijk verward. ⟌ is de lange-deling-haak die op school bij schriftelijk delen wordt gebruikt. ∣ (een dunne verticale streep) betekent „deelt” in de getaltheorie: 3 ∣ 12 zegt dat 3 12 deelt zonder rest, wat in de tegengestelde richting leest als 12 ÷ 3.
Zo typ je ÷
Druk op een Mac op Option + /. Houd op Windows Alt ingedrukt en typ 246 op het numerieke toetsenbord (Alt + 0247 werkt ook). Typ in Microsoft Word 00F7 en druk op Alt + X.
Op Android met Gboard staat ÷ op de tweede symbolenpagina (?123, dan =\<). Gebruik in LaTeX \div. Schrijf in HTML ÷. Telefoon-emoji-toetsenborden hebben ook een dik ➗︎-teken. Voor de andere basisoperatoren, zie het vermenigvuldigingsteken en de volledige lijst wiskundesymbolen.